Argentinië meet ruim 5000 kilometer van Noord naar Zuid. Net zo onzinnig als de reizen door Europa van tien dagen zijn die Amerikanen en Japanners plegen te maken, zo onzinnig zou het zijn om zo´n korte tijd in Argentinië door te brengen. De Argentijnen kunnen rekenen op onze terugkeer. Hun land heeft hooggebergte, zeekust, woestijn, pampa´s, grote steden en kleine dorpen, enorme barbecues en de lekkerste tomaten. Vuurland in het zuiden en Jujuy in het Noorden verschillen minimaal net zoveel als Lapland van Andalusië. Toch lijkt het mogelijk enkele algemeenheden los te laten over de inwoners van de republiek. Zaken die ons in ieder geval opvielen, reizend door Argentinië en erop terugkijkend.
Allereerst zijn er de enorme verschillen tussen rijk en arm. In elke stad liggen de bario´s van de armen en de beveiligde wijken van de rijken naast elkaar. Hoewel Argentinië één van de meest welvarende landen van Latijns-Amerika is, leeft bijna veertig procent van de bevolking onder de armoedegrens. De kosten voor levensonderhoud zijn ruwweg de helft van wat ze in Nederland zijn. Toch verdienen leraren, politieagenten en andere ambtenaren niet meer dan een kwart van ons minimumloon. De schaduweconomie draait op volle toeren. Vrijwel alle werkende Argentijnen hebben twee banen: één witte, en één zwarte om het gezin te kunnen onderhouden.
Opvallend in het typische Argentijnse straatbeeld zijn de gezichten, die op beduidend minder zonnenschijn staan dan wij gewend zijn. Er lijkt om de meeste mensen een tapijt van onverschilligheid te liggen. (Het gaat om een beeld. Natuurlijk wonen in Argentinië ook de vrolijkste mensen op Aarde, zoals onze huisgenoot Carlos in Córdoba.)
In de winkels, die nergens in zulke groten getale bestaan als in Argentinië, voelt niemand zich welkom. Het lijkt de winkeliers -uitzonderingen daargelaten- niets te boeien of ze vandaag nu wel of niet iets verkopen. Het algemene plaatje: ze zeggen niets bij binnenkomst, vragen niet of we iets willen en mompelen ´chao´ als we vertrekken, het gezicht in een krant of beeldscherm gedrukt. Het toppunt: Wies en ik lopen een kledingwinkel binnen. De verkoopster van de enorme, verlaten kledingzaak kijkt Wies eens aan en zegt dan doodleuk: "voor jou? Heb ik helemaal niets."
En als het dan nog zo is dat de verkopers geen tijd hebben om ons te helpen, choi. Maar in elke winkel werken meer mensen dan wat er ooit op één moment aan klanten zal zijn. En dat is weer één van die opvallende dingen aan het land. Personeelskosten zijn zo laag, dat een mannetje meer of minder niet uitmaakt. Verborgen werkloosheid zou je het kunnen noemen. In veel cafés heeft elke ober of serveerster één, maximaal twee tafels te bedienen. Of daar nu mensen aan zitten of niet. Het gekst wordt het in drogisterijen. Die lijken veel op elkaar. Langs alle muren in de zaken zijn balie´s, waarachter vele, vele medewerkers zitten.
Het ritueel wanneer je laten we zeggen een doosje aspirines, een paar haarclips, scheerschuim en hoogtepillen wilt kopen: je loopt door de winkel op zoek naar de haarclips. Twee of drie medewerkers kijken je vanuit verschiolende hoeken aan, terwijl ze hun nagels vijlen. Ze kijken elkaar eens aan en even later staat er toch één voor je. Ze wijst de haarclips aan en vraagt of je nog meer nodig hebt, waarna ze de scheerartikelen toont. "Aspirines? Daarvoor moet je in die hoek van de winkel zijn", zegt de medewerkster, terwijl ze je spullen in een tas stopt en in een andere hoek van de winkel achter een balie legt, waar uiteraard ook iemand iets zit te doen. Goed, die aspirines en hoogtepillen nog. Je begint in je beste Spaans tegen de bebaarde medewerker-in-witte-jas te praten, tot hij je ruw onderbreekt en naar de nummertrekker wijst. Juist. je loopt erheen, trekt een nummertje, wacht tot de bebaarde man bereid is op een knopje te drukken en gaat weer voor hem staan, je Spaanse verhaal opnieuw afstekend. De man begrijpt je, loopt naar achteren en komt terug met een doosje. Hij pakt er een stuk papier bij, legt er een carbonvelletje onder en schrijft een bon uit. Het doosje gaat met de bon in een plastic tasje en de bebaarde man staat op. Hij loopt een meter en wenkt dat je moet komen. Aangekomen bij het bureau naast het zijne neemt de bebaarde afscheid en legt uit dat we het nu met de volgende medewerker moeten doen. Een jongen met bril en witte jas groet je en pakt het bewuste plastic tasje uit. Hij kijkt eens naar de aspirines en de bon, pakt laatstgeno
emde eruit en legt hem voor zich neer. Daar komt het stempelkussen. Jawel. Op het bonnetje komen twee prachtige stempels te staan, waarna alles weer in het plastic zakje gaat en de bebrilde jongeman opstaat. Of je even mee wilt lopen. In een andere hoek van de winkel staat een kassa. Erachter drie medewerksters. Eén geeft plastic zakken aan een andere, die de kassa bedient. Naast haar zit de derde medewerkster, die in een geruit schrift dingen bijhoudt. Je sluit aan in de rij. Als je aan de beurt bent toont de zakkenaangeefster een zak en de inhoud ervan. Of dat van mij is? Als door een wonder zit er in de zak: een zakje haarclips, het doosje aspirines en een bus scheerschuim. Je rekent af. De kassamiep wordt nog even pissig omdat je dat niet gepast doet. Je krijgt nog een extra ik-heb-betaald-stempel op de bon en even later sta je tevreden maar verward weer buiten, terugdenkend aan het examen Duits, waarvoor je een paar boeken van Franz Kafka hebt gelezen. En dan pas komt dat moment dat je je realiseert dat je ook nog hoogtepillen had moeten hebben. Jammer dan, dan koop je wel een zak coca.
Fantasie? Nee dus. Zo gaat het echt in winkels. In Argentinië wordt veel gedaan aan werkverschaffing. Zoveel is duidelijk.
Blijft de vraag natuurlijk waar dit alles vandaan komt. Waarom lijken veel mensen zo vlak? Waar komt die trend van overdreven veel personeel aannemen vandaan?
De antwoorden moeten gezocht worden in de geschiedenis. Argentinië kijkt terug op een bepaald roerige historie. De militaire dictatuur heeft zijn sporen nagelaten, maar ook alle andere crises, zowel economisch als politiek. Met Argentinië leek het steeds de goede kant op te gaan (tussen de wereldoorlogen werd het land zelfs even ´het rijkste land ter wereld´genoemd), maar de hoop wordt even vaak bikkelhard de kop ingedrukt. Opeens is er toch weer een militaire coup, of -zoals in 2002- een extreme economische crisis. Vijf jaar geleden zag het gros der Argentijnen zijn spaargeld in één klap als sneeuw voor de zon verdwijnen, toen de overgewaardeerde peso eindelijk losgekoppeld werd van de dollarkoers. De hoogte van de inflatie was nooit eerder gezien.
Het nationale gezegde in Argentinië is, zo kwam ons voor, ´que se yo´, letterlijk ´wat weet ik´. In modern Nederlands is dat het best te vertalen als ´boeie´. In Argentinië klaagt iedereen over het politieke systeem. terecht, want in feite is bij de Argentijnse verkiezingen slechts te kiezen tussen Europese mannen met vrijwel dezelfde politieke kleur, allemaal uit het kamp der Perronisten. Iedereen klaagt, maar niemand doet er wat aan. Waarom niet? Que se yo! Zo is het nou eenmaal. Corruptie en patronagesystemen zijn ingesleten. Wie geen goede connecties heeft, kan een mooie baan wel vergeten. De Argentijnen lijken er weinig om te malen. Zij bewegen zich in hun eigen leven, niet zelden met één been in de witte, legale wereld en met één been in de andere wereld, die net zo aanwezig is. Eigenaren van winkels, drogisterijen, cafés, iedereen weet van het bestaan van de werelden. Iedereen weet dat het maar enkelen lukt te overleven in slechts de ´officiële wereld´. Daarom werken er overal te veel mensen. De Argentijnen helpen elkaar, omdat het anders niet gaat. De overheid is al jaren bezig met het ontmantelen van de verzorgingsstaat, zo die er al was. Als de Arghentijnse regeringen ergens goed in zijn, dan is dat het kind met het badwater weggooien. Jarenlang hebben zij gestreden voor een eerlijke staat waarin de kansarmen hulp van overheidswege ontvingen. De laatste 25 jaar is een rigide neo-liberaal systeem heilig. Alle overheidsbemoeienis moet verdwijnen. En wel zo snel mogelijk. De bureaucratie wordt afgebroken, een groeiende corruptie en afbraak van ambtenarenlonen tot gevolg. Alle verworvenheden van de decennia daarvóór worden ineens aan de kant gezet. De Argentijnen raken eraan gewend. Je kunt nergens op bouwen, vroeg of laat wordt het toch weer volledig omgegooid. Wat maakt het uit? Que se yo!
Laat me nogmaals duidelijk maken dat het hier gaat om persoonlijke opvattingen en ervaringen, en dat ik geen enkele Argentijn (Máxima bijvoorbeeld) tegen het hoofd wil stoten. Argentinië is een fantastisch land dat hangt tussen Europa en Latijns-Amerika en daar af en toe mee lijkt te worstelen. Hoe makkelijk is het voor ons Hollanders daarover een mening te hebben? De ergste politieke crisis die wij ooit te verwerken kregen is wellicht de formatie van Balkenende IV.
Wat de geschiedenis de Argentijnen in ieder geval niet heeft kunnen afnemen is hun trots. Argentinië zit in het hart van de Argentijnen. Zij wonen in het mooiste land ter wereld. Laat daarover geen twijfel bestaan. Ga er heen en heb het over Diego Armando Maradona. Heb het over Lionél Messi. Zie de gezichten opfleuren, zie de gebaren, hoor de overtuiging. Niemand haalt het in zijn hoofd daar onze Johan, Marco of Dennis tegenover te zetten. Zie de gezichten opfleuren, zie de gebaren, hoor de overtuiging. De hoop op een betere toekomst, op een eerlijker land blijft altijd, al zijn de Argentijnen het erover eens dat de voetbalwereldbeker
makkelijker te behalen is.
No comments:
Post a Comment