Vier maanden. Is dat nou lang of kort? Eerlijk gezegd ben ik er nog niet uit. Enerzijds is het een vreemd gevoel om nu al naar huis te moeten. Anderzijds lijkt het een eeuwigheid geleden dat we in Groningen waren. Toch gek
dat zo´n laatste paar dagen altijd vreemd is, of je nu een week of vier maanden van huis bent. Dan is het extra fijn om de ideale locatie gevonden te hebben om die finale door te brengen. Máncora is het surfersparadijs van Peru. De badplaats ligt tegen de grens met Ecuador en is de enige plek in Peru waar het hele jaar van een stralende zon te genieten is. (Dat wij één van de zeer zeldzame winterse regenbuien meepakten, mag de pret niet drukken.) Máncora staat voor chillen aan het strand, relaxen in hangmatten en kallem-aan-doen in de cafés en restaurants.
En wie zijn wij om daar tegen in te gaan? Natuurlijk, we hebben een stukje gewandeld en zelfs een uurtje of wat met surfboards gespeeld, maar verder was het vooral slapen, eten, drinken en evalueren. Ongelooflijk dat de reis´opeens´ voorbij is. Maar het is mooi geweest. Heel mooi. De Argentijnse bergen en meren, de Boliviaanse zoutvlaktes en jungle, de Braziliaanse watervallen, de Chileense gekleurde huisjes en de Peruviaanse stranden, woestijn en mensen. Alles was even mooi en indrukwekkend. Nederland zal wel weer even wennen zijn. Stormen en regen op komst, en dat terwijl we van de winter naar de zomer vertrekken. Morgen zijn we al terug. Niet te geloven. Al die regelmaat, al die drukte, al die stress, al dat moeten, al die gringo´s, al dat eten, dat lekkere, heerlijke eten, al die goede v
rienden en familie, al die winkels met al die spullen te koop, al die hygiëne in ons eigen huis. Ach, he
t went wel weer.
Monday, June 25, 2007
Tuesday, June 19, 2007
Toppies
Het berglandschap rond Huaraz is, met zijn witte gletsjers, kleuren en rotsen, ronduit indrukwekkend. Rond onze ranche in de bergen is alles bovendien nog zoals het was. Geen enkele taxichauffeur in het toch dichtbij gelegen Huaraz
Minimaal even imposant is een bezoek dat wij gevieren op onze laatste dag in de hooglanden aflegden.
Op de ranche, het bezit van een Canadees echtpaar, werken vele (giechelende) oorspronkelijke inwoners van Peru. Van hen werkt Nance er het langst. Zij veblijdt de gasten met haar vrolijke koppie en vooral met haar acht maanden oude zoontje Lenin, dat overal meegaat, stevig op haar rug gebonden. Nance liet ons haar huis gezien, vijf minuten bergafwaarts vanaf onze ranche. Een schok is het. Negen van haar familieleden wonen er in een hutje. De keuken is aardedonker, want er zijn ramen noch licht. Op de vloer wemelt het van de cavia´s. Af en toe wordt één van de 36 beestjes opgegeten.
Je
voelt je opgelaten als verwende Europeaan, maar de Peruanen vinden het alleen maar fijn dat je geïnteresseerd bent in hun leven. Het ergste is buiten te zien. Weinigen houden het droog bij de aanblik van de moeder van Nance. De lang nog geen oude vrouw is net terug na een half jaar in het ziekenhuis van Lima gelegen te hebben. De kanker eet haar langzaam op. Ze ligt buiten,
slechts beschermd tegen de felle zon door een met aan elkaar geknoopte plastic zakjes gecreeerde doek die boven haar gespannen is. De vrouw kan zich nauwelijks meer bewegen. Toch klinkt uit haar mond een hartelijk ´buenas tardes´. Wij weten niet veel meer te zeggen.
De dagen in de Cordillera Blanca betekenen het afscheid onze moeders, die een week zijn gebleven. Het had meer weg van een paar dagen. Een onvergetelijke ervaring. Niet alleen voor hen, maar zeker ook voor ons.
Monday, June 18, 2007
Vogelpoep
Als de boottocht door de snijdende wind dan begint, dan vervallen alle redenen tot klaagzang onmiddellijk. De Islas Ballestas zijn namelijk gewoon heel bijzonder. Ongewoon dus. Guano is
De vele vogels, waaronder pinguïns, lepelaars en wat al niet
Saturday, June 16, 2007
Zanderig
Wednesday, June 6, 2007
Lijnen onder de ogen
Vragen te over dus en een goede reden om de spectakelstukjes zelf vanuit de lucht in een klein
vliegtuigje te bekijken. Dat werpt weinig licht op de zaak. Sterker nog, het onbegrip groeit. De lijnen, triangels, trapeziums en dieren zijn zo perfect gelegd dat je geneigd bent het zoeken naar oplossingen op te geven. Gelukkig doen anderen dat niet. De meest aannemelijke theorieën over de figuren zijn -wat mij betreft- dat ze ofwel een soort afspiegeling van de aanbeden sterrenhemel zijn, ofwel dat ze wanhopige bedes aan de goden zijn om water, dat zo essentieel was op één van de droogste plekken op Aarde. De figuren zijn de afgelopen vijftig jaar grondig onderzocht. Ze zijn gemaakt door in de woestijn het bovenste laagje zand weg te schrapen. Eronder word
t lichter gesteente zichtbaar. Aan weerszijden van de lijnen werden vervogens dijkjes gelegd om de lijnen te verduidelijken en het waaiende zand tegen te houden. Het heeft geholpen. Na tweeduizend jaar liggen ze er nog perfect bij. Hoewel... De cultuurbarbaren die de Panamerican Highway, de snelweg die van Alaska tot Vuurland loopt, aanlegden, hadden kennelijk geen enkel respect voor de eeuwenoude kunst in de woestijn. De weg loopt dwars door enkele lijnen en door de staart van de Hagedis. Als je het hebt over ongelooflijk.
Evenzeer tot de verbeelding sprekend zijn altijd mummies. Wie graag lijken bekijkt,
kan vlakbij hetzelfde Nazca zijn hart ophalen. Wellicht zijn het dezelfde mensen als de verantwoordelijken voor de mysterieuze lijnen, waarschijnlijk zijn het de betreurden van latere generaties, maar de begraafplaats van Chauchilla is letterlijk bezaaid met menselijke resten. Een handvol tombes is er, sinds de ontdekking van de plek vijftien jaar geleden, uitgegraven, maar er rondomheen is de woestijn letterlijk gespikkeld. Alle witte plekjes zijn menselijke botten, die hier en daar kaarsrecht uit de grond steken. In de tombes zitten mummies met onmenselijk lang haar. Ze zijn gewikkeld in katoenen lappen van de beste kwaliteit en lijken je aan te kijken. Naar je te lachen zelfs. De schedels en beenderen zijn door de zon spierwit geworden, wat een bezoek
aan de begraafplaats een extra luguber tintje geeft. Wij Europeanen kunnen ons niet voorstllen dat deze kostbaarheden zomaar -zonder bescherming- in de woestijn tentoongesteld worden. Die moeten toch in een museum, onder de beste klimatologische omstandigheden? Waarschijnlijk wel. Maar eerlijk is eerlijk, ze bekijken waar ze horen is toch de allermooiste manier.
Subscribe to:
Posts (Atom)