En dan moet het hoogtepunt van de trip nog komen. De echte trekpleister in dit deel van Bolivia is de Salar de Uyuni. Het is een immense zoutvlakte, ter grootte van een derde van Nederland.
Voordat de continenten zich vormden was hier de oceaan. De oerzee heeft een zoutlaag van ruim acht meter achtergelaten. De vlakte ligt nu op een hoogte van 3600 meter, temidden van reusachtige bergtoppen. Die zijn vanaf het midden van de zoutvlakte te zien, zestig kilometer verderop. Door de luchtspiegelingen lijken de bergen te drijven op de zoutlaag. De laag is zo wit dat zelfs de lama´s die over de salar
trekken, zonnebrillen dragen ter bescherming van hun ogen. Het is net een sprookje. De Jeeps die over de vlakte kruisen, lijken door het immense wit op speelgoed. Soms heb je het idee dat je over
een ijsvlakte rijdt, bedekt met een laag sneeuw. De angst om er doorheen te zakken is er zelfs voor een moment. Even later denk je toch dat het zand is. Het wit is oneindig. Soms is niet te zeggen
waar de aarde overgaat in lucht. Een eiland midden in de zoutvlakte is van fossiel koraal. De top van het eilandje geeft een fantastisch uitzicht over het zout dat zich aan alle kanten tot de horizon uitstrekt. Op het koraaleiland staan cactussen, soms honderden jaren oud. (Gids Milton weet dat de planten een centimeter per jaar groeien).
Hij weet ook dat je met zulke grote witte vlaktes ongelooflijk geinige foto´s kunt maken. Daar doen wij graag aan mee, want op zoveel zout is niets flauw.
Friday, April 27, 2007
Met een snufje zout
Friday, April 20, 2007
Prikkelende bergen
Dit is het armste deel van Argentinië. De provincie (Jujuy) is vergeten door de hoofdstad. Al decennia lang. Toch zijn de mensen vrolijker en is er meer hoop op hun gezichten te lezen dan in menig andere Argentijnse plaats.
Zoals
Salta bijvoorbeeld, de backpackers-must waar we een paar dagen geleden waren. Prachtige koloniale architectuur, grootse plaza´s en gebouwen, maar het mist wat ons betreft alle charme die het dorpje Tilcara wel heeft. Er ligt een doevig laagje over Salta, dat zich ook niet bepaald mocht verheugen in een grote belangstelling van de regering. In Salta is veel armoede te zien, maar zo mogelijk nog meer toeristen, benijdend nagekeken door de behoeftigen. Salta is raar. Het lijkt een stad vol mensen die eigenlijk op het platteland hadden moeten leven. De meeste jonge reizigers lijken er vooral te komen
voor de feesten die er de hele nacht doorgaan. Dat mag, maar ze missen het Salta bij daglicht. Bovendien komen die eikels ´s morgens vroeg het hostel binnengestampt, schreeuwend en slaand op deuren. Achter één daarvan probeerden wij nou juist wat slaap te krijgen. Weinig slaap vertroebelt de blik. Ook op Salta, zo eerlijk zijn we ook wel. In elke reisgids staat het beschreven als de mooiste stad van het land, dus daar zal dan wel een kern van waarheid inzitten. Als je in een goed hotel zit.
Wednesday, April 18, 2007
Een beetje water
Monday, April 16, 2007
Cordoba, het Groningen van Argentinië
Tuesday, April 3, 2007
O jee, Chiloë
Na vliegtuigen, boten, fietsen, bussen en taxi´s heb je wel eens zin in een ander vervoermiddel, een apparaat dat je de vrijheid geeft te stoppen waar en wanneer je wil, maar waarmee je toch aanzienlijke afstanden kunt overbruggen. Inderdaad, gedurende drie dagen tussen ons verblijf in Bariloche huurden wij een auto. Voor ons geen ordinaire Opel. Neen. Wij krijgen een heuse Chevrolet Corsa. Doel: het Chileense eiland Chiloë, zo´n 500 kilometer verderop. Een prachtige rit, mag je zeggen.
Om Chili te bereiken moeten de Andes immers overgestoken worden. Langs de ellenlange pas waar wij dat deden, was dat een reisje door een vulkaanlandschap. De lavaspuwers (weliswaar in ruste) lijken maar niet op te houden. De ene nog hoger dan de andere, afgewisseld door diepe, blauwe meren en fijne watervallen. Dan geeft het niets om acht uur op een dag aan
het stuur te trekken. Om het ´mythische eiland´ te bereiken is daarenboven een overtocht van een half uur nodig. Onderweg schijnen regelmatig dolfijnen mee te zwemmen, maar dat geluk ontbrak ons. Een escadron pelikanen is hoe dan ook meer dan een goedmakertje.
Chiloë is een gek eiland. Het is niet veel kleiner dan Nederland, maar er wonen ongeveer zoveel mensen als in Stad. De natuur is prachtig, de cultuur apart, de gebouwen zijn van niets anders dan hout in elkaar gezet, de geschiedenis is spectaculair. De eilanders bleven verstoken van Inca-invloed en lange tijd ook van Spaanse bemoeienis. Dat heeft een kenmerende eigen aard opgeleverd (en veel inteelt zo te zien). Prachtig allemaal, maar er is op Chiloë de laatste jaren iets grondig mis gegaan. De sfeer is droevig. In onze reisgids (uitgave 2007) staat in de meest overweldigende bewoordingen beschreven wat het eiland zo bijzonder maakt en in welke restaurants goed, beter en best gegeten kan worden. Driekwart van die etablissementen is nu gesloten, half afgebroken, vergaan. De bewoners lopen verdwaald rond. Vooral in de grootste stad Ancud zijn bij wijze van spreken meer bezopen dan nuchtere mensen te vinden. Alleen in de kleinere vissersdorpen is het vrolijkheid troef. Moeders en dochters koken er samen op een soort marktje de beste lunches. Mannen vissen ouderwets in hun knalgele bootjes. Scholieren krijgen tekenles vanaf een pier. Het uitzicht dat zij op deze schooldag in kleur moeten vatten is jaloersmakend.
Het verschil met Argentinië is enorm. Veel toeristen blijven weg uit Chili vanwege de hoge prijzen. Een driegangenmaaltijd kost er al snel tien euro, terwijl in buurland Argentinië met
een kwart van dat bedag volstaan kan worden. De gunstige prijzen de laatste jaren bij de buren, kunnen Chiloë weleens de das om gedaan hebben. De ervaring is hoe dan ook interessant.
Het zet de mens aan andere ogen op te zetten en nog meer de immense vergezichten van heuvels, baaien en de witte toppen van de Andes, honderd kilometer verderop in zich op te nemen. Chiloë is een bizarre ervaring, die we niet graag hadden willen missen. De reis door de Andes evenmin trouwens.
De Corsa is inmiddels al lang weer ingeleverd. We zijn weer eens de bus ingeklommen, dit keer voor een reis van twintig uur naar wijnhoofdstad Mendoza. Dan kun je onderweg onverwachte dingen tegenkomen. Zoals een wegversperring door boze leraren.
En wij dachten dat alleen Franse vrachtwagenchauffeurs het edele vak van wegversperren nog kenden. Er zit dan niets anders op dan een paar uur wachten totdat de levende obstakels hun biezen pakken. De stakers hebben een goed punt trouwens. Hun provincie Nequén is rijk vanwege de olieopbrengsten, maar het onderwijs profiteert daar geenszins van. Een van de leraressen (lerares Engels uiteraard) vertelt dat ze ´s winters de school vaak moet sluiten omdat de energierekening niet betaald kan worden.
Zo´n wachttijd is voor zo´n goede reden niet zo erg. Er is bovendien van alles te zien, zoals een fikse slang, die alle aandacht opeist, totdat een IJslands wicht bedenkt dat ze ernstig tekort komt en besluit pal naast de vindplek van de slang te gaan zitten. Ze is geslaagd in haar opzet om de attentie van vrouwenvleesminners te vatten, al wil Wies
zich bij deze van harte distantiëren van mijn mening dat IJslandse een goed gevoel voor vermaak heeft...
We hebben Mendoza overigens zonder verdere vleselijke obstakels bereikt. De wijn smaakt er uitmuntend. Op elk moment van de dag. 
Subscribe to:
Posts (Atom)