Monday, June 25, 2007

De finale

Vier maanden. Is dat nou lang of kort? Eerlijk gezegd ben ik er nog niet uit. Enerzijds is het een vreemd gevoel om nu al naar huis te moeten. Anderzijds lijkt het een eeuwigheid geleden dat we in Groningen waren. Toch gek dat zo´n laatste paar dagen altijd vreemd is, of je nu een week of vier maanden van huis bent. Dan is het extra fijn om de ideale locatie gevonden te hebben om die finale door te brengen. Máncora is het surfersparadijs van Peru. De badplaats ligt tegen de grens met Ecuador en is de enige plek in Peru waar het hele jaar van een stralende zon te genieten is. (Dat wij één van de zeer zeldzame winterse regenbuien meepakten, mag de pret niet drukken.) Máncora staat voor chillen aan het strand, relaxen in hangmatten en kallem-aan-doen in de cafés en restaurants. En wie zijn wij om daar tegen in te gaan? Natuurlijk, we hebben een stukje gewandeld en zelfs een uurtje of wat met surfboards gespeeld, maar verder was het vooral slapen, eten, drinken en evalueren. Ongelooflijk dat de reis´opeens´ voorbij is. Maar het is mooi geweest. Heel mooi. De Argentijnse bergen en meren, de Boliviaanse zoutvlaktes en jungle, de Braziliaanse watervallen, de Chileense gekleurde huisjes en de Peruviaanse stranden, woestijn en mensen. Alles was even mooi en indrukwekkend. Nederland zal wel weer even wennen zijn. Stormen en regen op komst, en dat terwijl we van de winter naar de zomer vertrekken. Morgen zijn we al terug. Niet te geloven. Al die regelmaat, al die drukte, al die stress, al dat moeten, al die gringo´s, al dat eten, dat lekkere, heerlijke eten, al die goede vrienden en familie, al die winkels met al die spullen te koop, al die hygiëne in ons eigen huis. Ach, het went wel weer.


Tuesday, June 19, 2007

Toppies

Eén van de aantrekkingskrachten van Peru is zijn verscheidenheid. Zo zit je in de woestijn, dan ben je aan zee en even later (vier uur is maar heel even) ben je omgeven door de mooiste bergen op Aarde. De Cordillera Blanca (witte gordel) wordt wereldwijd de hemel in geprezen door bergfanaten. Dat is niet nodig, want de toppen raken de hemel al aan. Rond kernplaats Huaraz rijzen niet minder dan 22 bergen tot boven de 6000 meter. Het is geweldig om een paar dagen in die stad te verblijven. Nog veel mooier is het om een half uurtje de bergen in te trekken om daar een verblijf in de natuur, tussen de toppen te vinden. Ideaal om je moeders een onvergetelijke tijd te bezorgen. De bungalow gemaakt van materialen uit de omgeving is het mooiste onderkomen dat Wies en ik de afgelopen maanden zagen. Nog mooier is het dat er vier bedden in het huisje zijn én een grote openhaard. Ik kan me niet heugen me ooit eerder gewarmd te hebben aan het haardvuur om vervolgens een stapelbed te delen met mijn moeder. Zelden heb ik zo goed geslapen.






Het berglandschap rond Huaraz is, met zijn witte gletsjers, kleuren en rotsen, ronduit indrukwekkend. Rond onze ranche in de bergen is alles bovendien nog zoals het was. Geen enkele taxichauffeur in het toch dichtbij gelegen Huaraz

weet ons adres te vinden. Een dagje wandelen door één van de vele kloven is er anders. Hier geen gringo´s met rugtassen. Geen enkele zijn we er tegengekomen. Wel vele locals. In het ouderwets gestoken jongetjes, meisjes, mannen en vrouwen drijven er hun vee. De fleurige jurken en hoedjes steken fantastisch af tegen de witte gletsjers in de verte. Een beeld om nooit te vergeten. Een typisch Andesbeeld ook.


Minimaal even imposant is een bezoek dat wij gevieren op onze laatste dag in de hooglanden aflegden. Op de ranche, het bezit van een Canadees echtpaar, werken vele (giechelende) oorspronkelijke inwoners van Peru. Van hen werkt Nance er het langst. Zij veblijdt de gasten met haar vrolijke koppie en vooral met haar acht maanden oude zoontje Lenin, dat overal meegaat, stevig op haar rug gebonden. Nance liet ons haar huis gezien, vijf minuten bergafwaarts vanaf onze ranche. Een schok is het. Negen van haar familieleden wonen er in een hutje. De keuken is aardedonker, want er zijn ramen noch licht. Op de vloer wemelt het van de cavia´s. Af en toe wordt één van de 36 beestjes opgegeten.




Je voelt je opgelaten als verwende Europeaan, maar de Peruanen vinden het alleen maar fijn dat je geïnteresseerd bent in hun leven. Het ergste is buiten te zien. Weinigen houden het droog bij de aanblik van de moeder van Nance. De lang nog geen oude vrouw is net terug na een half jaar in het ziekenhuis van Lima gelegen te hebben. De kanker eet haar langzaam op. Ze ligt buiten, slechts beschermd tegen de felle zon door een met aan elkaar geknoopte plastic zakjes gecreeerde doek die boven haar gespannen is. De vrouw kan zich nauwelijks meer bewegen. Toch klinkt uit haar mond een hartelijk ´buenas tardes´. Wij weten niet veel meer te zeggen.



De dagen in de Cordillera Blanca betekenen het afscheid onze moeders, die een week zijn gebleven. Het had meer weg van een paar dagen. Een onvergetelijke ervaring. Niet alleen voor hen, maar zeker ook voor ons.











Monday, June 18, 2007

Vogelpoep

Ze worden gekscherend wel de ´Galapagoseilanden voor de armen´ genoemd. Maar de Islas Ballestas zijn niets om je voor te schamen. De eilandjes zijn -als het weer meewerkt- per speedboot in een uur te bereiken. Vanaf de Stille oceaan komt in dit jaargetijde dagelijks een enorme mistbank opzetten. Hoofdstad Lima is daardoor hevig gesluierd, maar ook Pisco, waarvandaan de eilandjes te bereiken zijn. Nou zijn Wies en ik tegenvallertjes en wachttijden inmiddels wel gewend. Maar als je moeder langskomt én je schoonmoeder in spe, dan zit je niet te wachten op wachten, vooral niet omdat ze maar een week blijven en een reis van 22 uur van Nederland naar Peru achter de rug hebben. Bovendien is aankomstplaats Lima -op zijn zachts gezegd- niet om over naar huis te schrijven. Dus lijkt het mij evenmin waard er hier veel woorden aan vuil te maken. De reis naar Pisco neemt nog eens vijf uur in beslag. Talmen in de mist is dan geen geintje. Anderzijds: dan kan drie uur wachten tot de haven vrij wordt gegeven er nog wel bij. Souvenirwinkeltjes zat. Zelden heb ik mensen zo weinig horen klagen als onze moeders.

Als de boottocht door de snijdende wind dan begint, dan vervallen alle redenen tot klaagzang onmiddellijk. De Islas Ballestas zijn namelijk gewoon heel bijzonder. Ongewoon dus. Guano is waarom de rotsen in zee bekend zijn geworden. Anderhalve eeuw geleden ontdekte men dat de overvloedige poep die de vogels op de eilanden achterlaten, een geweldige kunstmestsoort is. Het spul was op een gegeven moment zelfs het belangrijkste exportproduct van Peru. En nog steeds wordt eens in de vijf, zes jaar in een grote campagne de vogelmest van de rotsen geschraapt. En het is nogal wat. De eilanden lijken vanuit de verte zwart. Dichterbij gekomen blijkt de kleur het resultaat van een overbevolking van zwarte vogels, die stuk voor stuk de boel onder schijten. Vanaf flinke afstand op zee is de pislucht al niet te missen. Dat wil toch niemand zijn moeder onhouden.

De vele vogels, waaronder pinguïns, lepelaars en wat al niet meer, zijn mooi. Prachtig om naar te kijken. Maar wij mensen hebben toch een zwak voor zoogdieren. De groep zeeleeuwen maakt een nóg minder uitwisbare indruk. Geweldig om de kleintjes, de lieve moeders met hun lange snorharen en de imposante vaders in de zon op de rotsen te zien liggen. Hier en daar steekt er één zijn kop uit het water, vlak bij de boot, een krab in zijn bek. Daarvoor hebben we mama´s mee naar het Zuiden genomen. Het is de uren wachten meer dan waard. Zeker als het gehoopte toetje vlak bij de haven volgt. Dolfijnen. Opeens duiken ze overal op. De aaibare Flippers spelen met ons. Ze hebben haarfijn in de gaten dat ons bootje speciaal is. Het vervoert twee dappere moeders.

Saturday, June 16, 2007

Zanderig

Na zo'n paar maanden rondtrekken ben je wel eens toe aan wat vakantie. Er bestaan weinig betere plekken om dat te doen dan in de Peruaanse woestijn. In de oase Huancachina, niet ver van de Pacifische kust in het zuiden van het land, is weinig. Wat er is, is afgestemd op relaxing. Tussen de extreem hoge zandduinen zijn slechts hotels met zwembaden, restaurants, barbecuebars en cafes om een groenkleurig meertje. Daar kan voor een paar dagen ontspanning kortom weinig mis gaan. En laat de woestijn om de oase nou ook nog eens veel jolijt in petto hebben. Met een monstertruck zijn de immense zandduinen prachtig te nemen. De G-krachten en het gevoel in de maag doen denken aan achtbanen. Maar dan de heel snelle uitvoeringen. Tussendoor wordt gestopt voor afdalingen. Sandboarding is de hete versie van snowboarding. Maar dan veel moeilijker. In de sneeuw gaat het trucje me prima af, maar in het losse, zware, hete zand is het een heel ander verhaal. Een en ander heeft als resultaat dat het stuifzand de komende dagen nog uit alle hoeken en gaten komt. Zelfs na een tigtal baantjes in het zwembad zit het spul nog in je oren. Het kan niets schelen. Wij onderzochten reeds de mogelijkheden van het openen van een bloedhete stoeltjeslift. Om elke dag op een plankie van de zandbergen te komen. De snelste manier om dat te doen is overigens niet staand, zo bewees Wies. Liggend op je buik haal je iedereen in. Wel zorgen dat je je mond stijf dicht houdt.

Wednesday, June 6, 2007

Lijnen onder de ogen


Mysteries hebben altijd een grote aantrekkingskracht. Als het dan mysteries van duizenden jaren oud zijn die nog steeds hopeloos om oplossingen vragen, dan ben ik verkocht. In de woestijn aan de Peruviaanse kust heb je zo´n puzzel. Bij de plaats Nazca is een plateau in de woestijn temidden van de hoogste zandduinen ter wereld (2000 meter) bezaaid met lijnen en figuren. Kaarsrechte lijnen en fantastisch geconstrueerde dieren. De figuren moeten ergens tussen 500 voor en 600 na Christus gemaakt zijn. Waarvoor ze dienden, wie ze gemaakt heeft en hoe ze gemaakt konden worden, blijven vragen. De afmetingen van de figuren zijn ongelooflijk. Trapezes met loodrechte lijnen zijn soms anderhalve kilometer lang. Er zijn geweldige tekeningen van apen, honden, spinnen en heel veel vogels, sommige met een diameter van honderden meters. Bovendien zijn de figuren pas vorige eeuw ´ontdekt´ door vliegeniers. Vanaf de grond zijn de figuren namelijk onzichtbaar! De theorieën over de ´Nazca-lijnen´ tieren welig. Had het volk dat ze maakte de beschikking over een heteluchtballon? Hebben de makers van de lijnen hun werk zelf nooit kunnen zien? Of waren het toch buitenaardse wezens die in de woestijn te keer zijn gegaan?

Vragen te over dus en een goede reden om de spectakelstukjes zelf vanuit de lucht in een klein vliegtuigje te bekijken. Dat werpt weinig licht op de zaak. Sterker nog, het onbegrip groeit. De lijnen, triangels, trapeziums en dieren zijn zo perfect gelegd dat je geneigd bent het zoeken naar oplossingen op te geven. Gelukkig doen anderen dat niet. De meest aannemelijke theorieën over de figuren zijn -wat mij betreft- dat ze ofwel een soort afspiegeling van de aanbeden sterrenhemel zijn, ofwel dat ze wanhopige bedes aan de goden zijn om water, dat zo essentieel was op één van de droogste plekken op Aarde. De figuren zijn de afgelopen vijftig jaar grondig onderzocht. Ze zijn gemaakt door in de woestijn het bovenste laagje zand weg te schrapen. Eronder wordt lichter gesteente zichtbaar. Aan weerszijden van de lijnen werden vervogens dijkjes gelegd om de lijnen te verduidelijken en het waaiende zand tegen te houden. Het heeft geholpen. Na tweeduizend jaar liggen ze er nog perfect bij. Hoewel... De cultuurbarbaren die de Panamerican Highway, de snelweg die van Alaska tot Vuurland loopt, aanlegden, hadden kennelijk geen enkel respect voor de eeuwenoude kunst in de woestijn. De weg loopt dwars door enkele lijnen en door de staart van de Hagedis. Als je het hebt over ongelooflijk.

Evenzeer tot de verbeelding sprekend zijn altijd mummies. Wie graag lijken bekijkt, kan vlakbij hetzelfde Nazca zijn hart ophalen. Wellicht zijn het dezelfde mensen als de verantwoordelijken voor de mysterieuze lijnen, waarschijnlijk zijn het de betreurden van latere generaties, maar de begraafplaats van Chauchilla is letterlijk bezaaid met menselijke resten. Een handvol tombes is er, sinds de ontdekking van de plek vijftien jaar geleden, uitgegraven, maar er rondomheen is de woestijn letterlijk gespikkeld. Alle witte plekjes zijn menselijke botten, die hier en daar kaarsrecht uit de grond steken. In de tombes zitten mummies met onmenselijk lang haar. Ze zijn gewikkeld in katoenen lappen van de beste kwaliteit en lijken je aan te kijken. Naar je te lachen zelfs. De schedels en beenderen zijn door de zon spierwit geworden, wat een bezoek aan de begraafplaats een extra luguber tintje geeft. Wij Europeanen kunnen ons niet voorstllen dat deze kostbaarheden zomaar -zonder bescherming- in de woestijn tentoongesteld worden. Die moeten toch in een museum, onder de beste klimatologische omstandigheden? Waarschijnlijk wel. Maar eerlijk is eerlijk, ze bekijken waar ze horen is toch de allermooiste manier.

Thursday, May 31, 2007

Wereldwonder

Er zijn van die dingen waar je zo lang naar uitkijkt, waarover je zoveel goeds gehoord hebt, dat je, als het moment nadert, bang bent dat het tegen zal vallen. Machu Picchu is er zo één. De ruïnestad stond al zoveel jaren op het verlanglijstje. Wij kunnen iedereen gerust stellen. Het is nog veel mooier dan je ooit verwacht had. De ligging tussen de groene bergen, op een klein plateau met aan alle kanten reusachtige afgronden, de omvang van de spookstad, de kwaliteit van de ruïnes, alles is even adembenemend. Toen wij Machu Picchu (letterlijk Oude Berg, de echte naam van de stad is nooit gevonden) bezochten, steeg er een dichte mist op uit de dalen, die de toch al mystieke plek alleen maar wonderbaarlijker maakte.












De bekendste manier om Machu Picchu te bereiken is via een vierdaagse trek over dé Inca Trail. In feite zijn er tientallen Incatrails die naar de heilige stad leiden. Dat moet een fantastische ervaring zijn, maar er kleven ook nadelen aan. De kosten bijvoorbeeld (400 dollar), maar vooral de drukte. Dagelijks lopen er 400 mensen in een groot lint naar de ruïnes. Wie de tocht wil maken, moet maanden van tevoren reserveren. Wij besloten daarom een alternatieve route te nemen, via de jungle. De eerste dag hebben we geen stap gezet. Na een busreis door de Heilige Vallei, langs verschillende andere Incaruïnes en over een prachtige pas, begon het avontuur op ruim 4000 meter hoogte. Per fiets (een erg bouwvallige, waarop niemand zijn kind naar beneden zou laten rijden) stortten wij ons de diepte in om uren later in het dorpje Santa Maria te arriveren. Laat daar nu net een mooi feest aan de gang zijn. Het echte Peru. Naast een groot, aangekleed kruis waar alle feestgangers stil zijn, een kaarsje branden en een gebedje doen, speelt een band luide dansmuziek. Het is dan onmogelijk je niet te laten verleiden tot een dans met de plaatselijke bewoners, in een grote kring. Heerlijk.
Na de korte nacht begint de echte wandeling, die door de hitte erg taai is, maar één van de mooiste die wij ooit maakten. Delen van het parcours gaan over een andere Incatrail, fantastisch aangelegd tegen de bergwanden. Beneden je de kolkende rivier, in de verte besneeuwde toppen en aan het eind het toetje: vanuit het dal zijn de terrassen van Machu Picchu te zien. Een waar hoogtepunt. Na nog een dag lopen, een niet al te opwindende avond karaoke, een kort nachtje slapen en een slopende tocht over Incatrappen steil omhoog (ik kreeg het zo heet dat er letterlijk een rookwolk van dampen om me heen ontstond. Hoe Wies het allemaal zo makkelijk doet mag Joost weten. Het zal wel iets met gewicht te maken hebben...) is daar het beloofde land. Machu Picchu. Het is een plek waar spontaan je mond open valt. De extreem slecht Engels sprekende, maar o zo veel wetende gids Miguel maakt de belevenis nog mooier. Zonder iets aan kennis is zo´n ruïne niet meer dan veel op elkaar gestapelde stenen. De heilige tempels, de huizen van verschillende verdiepingen, de landbouwterrassen op het steilst van de berg, de gebouwen bovenop de van de postkaarten bekende berg tegen de stad aan, het grote plein waar feesten werden gehouden. Het kost niet veel inlevingsvermogen om hierin een levende stade te zien.


Toen de Spanjaarden in sneltreinvaart het Incarijk opslurpten en via de Heilige Vallei (tussen Cuzco en Machu Picchu) dichter en dichter bij de heilige stad tussen de wolken kwamen, besloten de Inca´s haar te verlaten. Waarom weet niemand zeker, maar de meest gehoorde theorie is dat ze de stad wilden verbergen om destructie te voorkomen. Een handjevol mensen bleef achter om de cultuut te bewaren. Planten en struiken werden over de vanuit de vallei zichtbare terrassen gelegd, de Incatrails naar boven werden afgedekt. Het plan werkte. De Spanjaarden hebben Machu Picchu nooit gezien. Pas in 1901 werd de stad ´herontdekt´ door boeren, op zoek naar landbouwgrond. Het verwijderen van de begroeiing duurde vele jaren, maar het resultaat is daar. Machu Picchu dingt mee naar een notering in de nieuwe lijst van zeven wereldwonderen. Onze stemmen hebben ze.