Bergen, zee, woestijnen, meren, bossen en graslanden hadden wij reeds gezien. Wat echt nog miste was de jungle. Het Amazonegebied dus, dat meer dan de helft van Zuid-Amerika beslaat.
Sinds een paar uur zijn we weer in la Paz,
na een weekje in de regenwouden. Het verblijf was in alle opzichten de moeite waard. Natuurlijk, we zijn helemaal lekgeprikt. Het leek wel of de muggen niets liever ruiken dan het anti-
insectenmiddel dat we bij ons hadden. Toch zullen het vooral de grotere beesten zijn die in onze herinnering blijven. De aligators, waarnaar we ´s nachts op zoek gingen bijvoorbeeld. De ogen van de beesten kleuren fel geel in het licht van een zaklamp. Ze zijn van grote afstand al te
zien. Onbeschrijflijk. Vanuit een motorbootje op de rivier Beni zijn de meest fantastische vogels te zien. Enorme ooievaarachtige wezens zitten in enorme nesten in de bomen, reigers in alle soorten en maten staan langs de waterkant, herrie makende papegaaien en toekans vliegen over, een capibara staat te snuiven tussen de bomen, als één met de boomstronken wachten aligatoren op de schemering. Het één is nog mooier dan het ander, maar de alles overtreffende trap waren wat ons betreft magische rose wezens: dolfijnen. De nieuwsgierige zoogdieren bevolken de grotere rivieren in het Amazonegebied. Stilletjes voortkabbelend op een bootje zie je de vinnen boven water komen, soms springen de beesten eruit en lijken naar de toeristen te lachen. Ondanks de vele aligators en piraña´s is het een fantastische ervaring om tussen de dolfijnen in het water te duiken, te merken dat ze nieuwsgierig zijn en
dichterbij komen, uit het water springend. Om nooit te vergeten. Helaas raakten ze me niet aan, wat ook schijnt voor te komen, maar dit was weer één van die hoogtepunten.
Ook erg mooi is de reis van het torenhoge La Paz naar het op zeeniveau gelegen Rurrenabaque. De bus doet er 20 tot 30 uur over, want geasfalteerde wegen zijn er niet. Wij besloten dik te doun en het vliegtuig te nemen, een adembenemend tochtje van drie kwartier in een 12-persoons propellorvliegtuigje. Geweldig om op te stijgen vanaf vier kilometer hoogte, op de muur Andes te lijken vliegen, vlak langs besneeuwde toppen te scheren om vervolgens het landschap onder je drastisch te zien veranderen. Groener en groener, tot het echt regenwoud is, met hier en daar bruine, meanderende rivieren. Tussendoor af en toe dorpjes met houten huisjes en rieten daken. Het vliegveld van Rurrenabaque is een belevenis op zich. Bij regen kan er geen enkel vliegtuig op de landingsbaan, een lange strook zand uit het oerwoud gehakt, landen. Voor ons betekende dat een dag extra, omdat er geen enkel vliegtuig kon vertrekken. Een dag verplicht uitrusten, lekker eten en biertjes drinken. Heerlijk.