
De grens tussen Argentinië en Bolivia is een echte. De douane is gevestigd op een loopbrug, waar veel verkeer is, vooral van Bolivia naar Argentinië. Wij namen hem andersom. Het verschil wordt meteen duidelijk. De overgang van het ´Zuid-Europese´ Argentinië naar het Indiaanse

Bolivia is letterlijk dertig meter, maar figuurlijk mijlenver. In het Boliviaanse Villazon draagt de meerderheid van de vrouwen de bekende klederdracht van de Andes. De straten zijn viezer, verharde wegen zijn er niet of nauwelijks, de huizen hebben meer achterstand, de mensen zijn armer. Straatarm vaak. Een groot voordeel is dat er een trein rijdt. Twee keer per week. Wij kopen kaartjes naar het stadje Tupiza, drie uur verderop. Grote stofwolken maken het ademen in de wagon lastig, maar de rit is magnifiek, op grote hoogte door onwerkelijke landschappen. Onderweg staan her en der lemen hutjes, eromheen kromme oudjes en grote families die het land bewerken. Iedereen zwaait enthousiast naar de trein. Wij proberen ons intussen zonder succes voor te stellen hoe het moet zijn om in een van hun lichamen geboren te zijn. Het gat wordt in Tupiza nog gapender. Bejaarde vrouwtjes proberen, leunend op hun stok, koekjes te verkopen om te kunnen overleven. Wij liggen binnen de muren van het hostel aan het zwembad tegen een voor onze begrippen schandalig lage prijs.

Wij gebruiken Tupiza als springplank voor een vierdaagse trip om nooit meer te vergeten. In het Zuid-Westen van Bolivia komen verschillende wonderen der natuur bij elkaar: de grootste en hoogste zoutvlakte ter wereld, de grootste verzameling immens hoge vulkanen, bergen en meren in de meest onwezenlijke kleuren, woestijnen en bizarre rotsformaties. En dat allemaal op een hoogte van ver boven de vier

kilometer. Dat laatste heeft ervoor gezorgd dat Wies en ik aan de dope zijn. Om hoogteziekte tegen te gaan kauwden wij fikse hoeveelheden cocabladeren. De geur van het spul dat uit de monden van menig Boliviaan walmt laat zich het best omschrijven als ´dode mus´. Maar het helpt en dat is belangrijker. Vier dagen lang verkeerden wij op een hoogte van tussen de 4500 en 5000 meter. (Ter vergelijk: West-Europa´s hoogste berg de Mont Blanc is 4807 meter) Je moet er bij zijn om te weten wat dat met het menselijk lichaam doet. Plotseling begrijp ik die aanstellerige Braziliaanse en Argentijnse profvoetballers die na een uitwedstrijd tegen Bolivia massaal aan de zuurstof moeten. Na de eerste dag rijden in onze 4X4 worden reisgenoot Chris en ik door twee elfjarige jochies uitgedaagd voor een potje twee tegen twee.

Hoogte: 4650 meter. Duur van de wedstrijd: twee minuten. Chris en ik zakken in elkaar, naar lucht happend, onszelf vasthoudend tegen de duizelingen. De jochies lachen zich een ongeluk en spelen de wedstrijd professioneel uit. Wij kunnen alleen de eer redden door met een technologisch wonder op de proppen te komen: een digitale camera, een wonderdoosje dat plaatjes van onbekende plekken laat zien, plekken waar veel van de chico´s en chica´s nooit zullen komen. De nachten zijn koud op deze altitudes. De eerst zo overdreven lijkende vijflaagse dekenset, blijkt het minimale vereiste om warm te blijven. De volgende morgen doet de Jeep ook dienst als ijsbreker. Toch is er nergens sneeuw te bekennen. Vreemd voor Europeanen, die gewend zijn vanaf een kilometer of drie hoogte her en der wel sneeuwveldjes te zien. Niet hier. Sneeuw is alleen te zien op de toppen boven de 6000 meter, die overal rond ons heen te zien zijn.

1 comment:
Hallo luitjes,
Wow, wat ziet er allemaal geweeeldig uit!!!! (heb eindelijk jullie blog ontdekt) Veel plezier nog bij de rest van jullie mooie reis!!
XX Nienke
Post a Comment