Monday, April 16, 2007

Cordoba, het Groningen van Argentinië

De tweede stad van Argentinië heeft ongeveer een tiende van het aantal inwoners van Buenos Aires. Cordoba is kortom een flinke stad, met ruim anderhalf miljoen inwoners. Het leuke aan de historische, door Jezuïeten vormgegeven stad in het midden van het land, is dat het een ´Groningen-achtig´, intiem karakter heeft. Dat komt natuurlijk vooral door de bevolking, die ook in Cordoba voor een fiks deel uit studenten bestaat. De twee universiteiten in de stad zijn de oudste van het land en hebben prachtige zeventiende-eeuwse faculteiten in het centrum. Cordoba is ook de eerste stad die wij bezochten met een mooie oude stadskern. Buenos Aires heeft het matige, door ronkende en rokende bussen gedomineerde Plaza de Mayo, Mendoza is eind negentiende eeuw door een aardbeving met de grond gelijk gemaakt. In Cordoba is pracht en praal. De kathedraal is de oudste van het land, de kerken en kloosters eromheen in de jezuïtische buurt zijn prachtig en verrassend goed onderhouden. Een uitgelezen plek kortom om eens wat meer dagen door te brengen. In ons geval werden dat er tien, omdat we besloten dat het af en toe van pas zou komen om mensen te kunnen begrijpen en meer dan ´no entiendo´terug te kunnen zeggen. (Glimlachen en ´si´ knikken lag reeds achter ons). Nosotros aprendamos español en esa ciudad. Een leerzame week kortom, die we -om het helemaal af te maken- in een Argentijns studentenhuis doorbrachten. Nu weten bekenden dat ik qua hygiëne wel iets gewend ben (er ging een vuilniszakje of twintig uit mijn studentenkamer voordat Wies zich bereid verklaarde daarin te trekken), maar wat onze ´huisgenoten´ daar dagelijks presteerden is waarlijk een kunst. Vooral met inachtneming dat de één advocaat is en de ander gelauwerd wetenschapper. In het bad lag een laag -naar wij aannamen- zand, in de keuken gaf het aanraken van alle kastjes eenzelfde gevoel aan de vingers als het uitsmeren van haargel. Het heeft een paar keer niets gescheeld of we hadden onze biezen gepakt en naar een hostel gevlucht. De enige manier om dat te voorkomen bleek voor de -toch ook niet in ziekelijke mate aan smetvrees lijdende Wies- om zelf maar een grote schoonmaakbeurt te houden. Dat kon gemakkelijk daar geachte huisgenoten de gehele dag aan het werk waren, c.q. daarvoor betaald werden. Weggaan was namelijk ook niet onverdeeld voordelig. In dat geval hadden we de tango-avond, de barbecue en de voetbalwedstrijden, allemaal essentieel uiteraard, moeten missen. We besloten keer op keer te blijven, niet in de laatste plaats vanwege de schattige onbeholpenheid van advocaat Carlos (Charly voor intimi).

Een van de grootste voordelen van het wonen in dit smerige huis, waren de constante bezoeken van Spaanssprekende vrinden, die best bereid waren in hun eigen taal met ons te converseren. Bovendien bleek Charly een vriendje te hebben dat van bergen houdt. Hij nam ons in het Paasweekend mee naar de nabijgelegen sierra´s voor de zoveelste fijne bergwandeling. En het was er weer een om in te lijsten. Net als ons diploma Spaans trouwens. Dat was bepaald geen weggegooid geld. Na die heftige cursus (acht dagen lang, vier uur per dag) gebeurden heel vreemde dingen. Een paar voorbeelden. Je loopt op het station en begrijpt waar het mannetje van de radio het over heeft. Je moet ergens heen, weet een vraag te stellen die een local begrijpt en snapt diens uitleg ook nog eens! Er is kortom een wereld opengegaan. Die wereld is op dit moment overigens enorm uitgebreid. We hebben de afgelopen dagen namelijk het grootste natuurwonder meegepakt dat we ooit gezien hebben. Het speelt zich af op het drielandenpunt van Argentinië, Brazilië en Paraguay. Daarover binnen een paar dagen meer, want der bus naar volgende stop Salta, in het uiterste noordwesten van het land wacht. De laatste stop voor de grensovergang met Bolivia. Is dat geen fijne clifhanger? Welnu, omdat Wies en ik geen fans zijn van Goede Tijden Slechte Tijden, noch van Dan Brown, geef ik toch vast een voorproefje. Later meer.

1 comment:

Unknown said...

Ziet er wel uit als een mooi meertje om een balletje te gooien, of niet dan?