Thursday, March 29, 2007

Hollanders...


Bariloche is een gek stadje. Er is alles aan gedaan om de Argentijnse plaats in het merengebied dat in Chili doorloopt, zoveel mogelijk op Tirol te laten lijken. Restaurants en hotels stellen chalets voor, in de bediening is niet zelden gekozen voor Oostenrijkse klederdracht, of wat daarvoor door moet gaan. In de winter wordt Bariloche overstroomd door sneeuwfans, nu, in het najaar, zijn het vooral in bussen rondgereden senioren en jonge avonturiers die de hotels en hostels bevolken. Wies en ik rekenden ons voordat we hier aankwamen tot geen van beide categorieen. Tot afgelopen week.
Die week begon oud-Hollands, namelijk op de fiets. En dan meteen maar zestig kilometer. Heuveltje op, heuveltje af. Op die momenten kom ik erachter dat ik ouderwetser ben dan ik dacht. En dat ik minimaal dertig kilo meer meesleep dan Wies. Bij de eerse heuvel denk ik nog dat ik sowieso in haar wiel blijf, wat er ook gebeurt. Ik laat me er toch niet afrijden zeker! Al helemaal niet door mijn eigen vriendin. Dat lukt een halve minuut. Een paar tellen later zie ik nog net haar gestipte broek achter de horizon verdwijnen. De trots verliest het van de fitness. In dit soort gevallen kun je beter je verlies nemen. Ik pak haar wel weer in de afdaling. En inderdaad. Volgende heuvel, ik pak de leiding. Het water drupt van mijn hoofd naast mijn wiel, mijn benen voelen alsof ze bijna exploderen. Dit keer gaat het lukken. Ik kom als eerste boven. Het moet. "Ik ga vast hoor." En daar vliegt ze weer de berg op. Ik schakel nog eens terug.



Het was kortom een taaie dag voor benen, trots en achterste. Maar de uitzichten zijn alles meer dan waard. Witte toppen in de verte, meren zo glad als taffellakens, eilandjes en schiereilanden tot het oog reikt. En ik heb ook wel eens slechter weer meegemaakt.












Zo´n dagje mountainbiken is nog tot daaraantoe, maar wij wilden wel wat meer. Een trektocht door de bergen, liefst een paar dagen achtereen. Dat kan. Een bezoekje aan het plaatselijke berggeitenbureau leerde ons dat er een fijne wandeltocht van drie dagen te maken is op niet al te hoog niveau. De twee nachten worden doorgebracht in ´refugios´ berghutten met keuken zeg maar. De tocht is op de eerste dag onbeschrijflijk mooi. Watervallen, vergezichten, bospaden en rotswegen. Constant de grote meren beneden, de hoge pieken boven. Schitterend. Na een uur of zes lopen doemt plotseling de refugio op. Ongelooflijk mooi gelegen aan een ijsmeertje. Tegen een kaarsrechte rots doen echte klimmers net hun laatste ding van de dag. Wij wandelaars horen daar niet bij. Waar zij overheerlijke pizza´s te verwerken krijgen, doen wij het met pasta con inktvis. Met pasta dus. Geeft allemaal niets. De sterrenhemel is uniek, de bunkbedden liggen voor vermoeide lijven prima. Wij moeten rusten, want morgen staat de zwaarste dag van de drie op het programma.




Waar op dag 1 de paden goed te vinden waren, is het op de tweede dag af en toe turen naar rode stippen op rotsen en bomen. De dag begint ´s morgens vroeg over de bevroren grond met een klim recht tegen een met steenblokken bezaaide bergrug op. Loeizwaar met zo´n dikke rugtas, maar o zo voldoenend. De refugio wordt beneden steeds kleiner, wij vragen ons vooral af wat er achter de bergkam te zien zal zijn. Dat is onovertroffen.


De tocht naar de andere refugio duurt bijna zeven uur. Zeven uur van loodzware klimmen en levensgevaarlijke dalingen, ongelooflijk steil naar beneden over losse stenen. Bij het nieuwe huisje aangekomen voelen we ons gek genoeg fit. Dachten we. Hadden we wat fitter nagedacht, dan hadden we waarschijnlijk niet besloten de derde dag er maar meteen aan vast te plakken. Dat is toch maar vier uurtjes dalen over een makkelijk pad. Maar dan kunnen we daarna wel douchen. We zouden rond zeven uur aankomen, nog voordat de duisternis invalt. Maar dan moet je wel de juiste route nemen. Na vier uur lopen zien we alleen maar bos. Nergens is de bewoonde wereld te bekennen. Het begint koud te worden. De zon verdwijnt langzaam achter de bergen. Onze benen merken dat ze er tien uur zware arbeid op hebben zitten. Wij proberen elkaar moed in te praten en bespreken welke schaal eten we straks zullen bestellen. Van het prachtige uitzicht zien we steeds minder.
Eindelijk komen we bij een bord, de toegang tot het park waar we de afgelopen uren doorgebracht hebben. Er loopt een weg langs. Borden zijn er niet. We beginnen de ene kant op te lopen, bedenken ons na een paar honderd meter en besluiten toch de andere kant maar op te gaan. De schemering legt een naar laagje over de absolute stilte. In de verte rijden lichtjes. Daar moeten we heen. Een bospad lijkt naar de lichtjes te leiden. Die maar doen? Het wordt wel snel donker. We proberen het. Na een tijd, midden in het bos, verandert het pad in een meer. We moeten terug, de weg zien te vinden in het aardedonkere woud. We vinden de weg en gaan weer lopen, tot we bij een reusachtig meer komen. De weg lijkt ons om het meer te leiden. Daar doen we nog uren over. We besluiten door het bos af te zakken naar het meer. Daar is een kiezelstrand bij waar we desnoods de nacht kunnen doorbrengen in onze slaapzakken. We lopen verder de nacht in, de tred is stevig. Een huis! Honden beginnen te blaffen, de bewoner opent de deur en schijnt met zijn slaapzak. Wij roepen óla!´. De bewoner sluit snel de deur weer. Het is een kiezelweg langs huizen. Overal slaan honden aan. Ze komen zelfs achter ons aan. Dat horen we, want zien lukt niet meer. Een auto! We manen hem tot stoppen. De Argentijn wil ons niet meenemen, maar dan kent hij Wies nog niet. We springen erin en rijden een paar kilometer tot de bushalte. Uitstappen lukt nauwelijks meer. Zo stram zijn onze spieren na dat ritje. Maar we zijn dolgelukkig. De bus is lekker warm en wij glunderen. Opweg naar de warme douche. Na elven arriveren we. Ik ga zitten om mijn voeten te wassen, maar kan niet meer opstaan. Het is ongelooflijk, maar we halen de volgende ochtend het ontbijt.
Het kost vier dagen voordat we weer een trap af kunnen lopen zonder volslagen mesjogge te lijken. Ik ben voorlopig even klaar met hiken.

2 comments:

Unknown said...

Klinkt avontuurlijk allemaal. Veel plezier nog daar. Maken jullie wel genoeg kilometers ín de meren met het oog op volgend seizoen...?

Unknown said...

Wat een fantatische reis! Ik hoop dat jullie ook veel plezier hebben. Zo te lezen wel!